Landbouw

Om ervoor te zorgen dat 500 miljoen mensen in de Europese Unie te eten hebben is er landbouw nodig. Niet alles wat we dagelijks eten komt uit Europa. Zo kopen we producten uit landen buiten Europa omdat we het hier niet kunnen laten groeien (bijvoorbeeld rijst en bananen). Het ergens anders goedkoper is, of omdat we zoveel van iets nodig hebben dat het in Europa niet voldoende beschikbaar is.

Veel mensen vinden het belangrijk dat wij ook zelf genoeg producten hebben in de Europese Unie. Als we dat zelf kunnen verbouwen, zijn we namelijk minder afhankelijk van andere landen. Daardoor hebben de inwoners in de Europese Unie de zekerheid dat er altijd genoeg te eten is.

Om te zorgen dat boeren in de Europese Unie genoeg verdienen om van te leven, en wij niet te veel geld betalen voor ons eten, geeft de Europese Unie elk jaar subsidie (geld) aan boeren. Ook zijn er wetten en regels die ervoor moeten zorgen dat de producten veilig worden verbouwd. Boeren mogen bijvoorbeeld niet te veel mest of gif gebruiken. Ongeveer de helft van alle grond in de Europese Unie wordt gebruikt voor landbouw. Daarom hebben de boeren de belangrijke taak om hun landbouwgrond goed te onderhouden anders krijgen ze geen subsidie.

Voor boeren die dieren hebben zijn er ook wetten en regels opgesteld waar zij aan moeten voldoen (denk bijvoorbeeld aan de gezondheid en hygiëne), om in aanmerking te komen voor subsidie.